Ruien

Als je aan schapen denkt, denk je aan wol. Maar oerschapen, sommige oude en/of ‘tropische’ rassen hebben geen wol, maar haren. Deze dieren ruien; ze verliezen vanzelf hun haren in het voorjaar. De rui is dus een oorspronkelijke eigenschap van schapen. Haarschapen zijn bijv. (v.l.n.r.) Moeflons, de Kameroen en Barbados Blackbelly schapen

De Wiltshire Horn is een heel oud cultuurras, het heeft al wel wol, maar verder nog veel eigenschappen van het oerschaap, zoals bijv. het dragen van horens en, dus ook: ruien.

Het vasthouden van de vacht is eigenlijk een ‘foutje’ van de natuur.

Mensen hebben ontdekt dat wol een fijn product is en hebben gebruik gemaakt van dit foutje door juist deze dieren te gebruiken om mee te fokken. Zo kon men de wol ‘oogsten’. Er is door de eeuwen heen veel aandacht besteed aan het fokken van allerlei kwaliteiten wol. Daarbij werd gelet op o.a. lengte en dikte van de ‘wolharen’ en de dikte en de kleur van de vacht.